Consultatiereactie wijziging besluit handel in emissierechten

Consultatiereactie wijziging besluit handel in emissierechten
Op 23 april heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een impactanalyse van WEcR gepubliceerd, deze is op 29 mei openbaar gemaakt. Voor de land- en tuinbouw, glastuinbouw en visserij is de impact inzichtelijk gemaakt van het beprijzen van het gebruik van fossiele brandstoffen in ETS 2. LTO Nederland, Cumela Nederland, BO Akkerbouw, Fedecom en KAVB zijn geen voorstander van invoering van ETS 2 en zien alternatieven om fossielvrije mechanisatie aan te jagen in Nederland.


Met het beprijzen van emissies binnen ETS worden vervuilers financieel verantwoordelijk gehouden voor de vervuiling die gepaard gaan met eigen productieprocessen in plaats van eindgebruikers. Met een zogenoemde OPT-IN optie kunnen lidstaten op nationaal niveau specifieke brandstoffen die in eerste instantie zijn uitgezonderd (waaronder land- en tuinbouw) toch in ETS 2 opnemen. Het ministerie van EZK heeft LNV verzocht om aan te geven welke eindgebruikers (landbouw, visserij, glastuinbouw) binnen ETS 2 opgenomen zouden moeten worden.


Leveringszekerheid
LTO, Cumela, BO Akkerbouw, Fedecom en KAVB zien fossielvrije mechanisatie als stip op de horizon in 2050. Invoering van ETS 2 voor fossiele brandstoffen in de land- en tuinbouw stuurt aan op een omslag naar brandstoffen zonder emissies van koolstofdioxide. Met een dalend aantal rechten zal de vraag naar duurzame brandstoffen en energiedragers toenemen, bijvoorbeeld biomethanol, biogas en groene waterstof. In Nederland geldt stimulerend beleid zoals de bijmengverplichting groen gas en het Nationaal Waterstof Programma. Hierdoor worden beschikbare energiedragers voor bepaalde doeleinden beschikbaar gemaakt. Door ETS neemt de vraagt naar deze energiedragers toe vanuit andere sectoren, zoals de land- en tuinbouw, en zorgt voor een prijsopdrijvend effect. De beschikbaarheid is namelijk gelimiteerd en de benodigde infrastructuur is onvoldoende. Er is onvoldoende leveringszekerheid van duurzame energiedragers om land- en tuinbouwmachines van brandstof te voorzien. Met het risico dat door een sterk toenemende vraag biobrandstoffen worden gemaakt uit voedselproducten zoals zonnebloemolie en koolzaadolie.


Doorrekening kosten
Invoering van ETS 2 voor fossiele brandstoffen in de land- en tuinbouw betekent een keten brede stijging van brandstofkosten en een nieuwe verhoging van voedselprijzen. De brandstofheffingen drukken volgens de impactanalyse maximaal 2-6% op het ondernemersinkomen, maar zal in de praktijk mogelijk twee keer zo hoog liggen. Boeren en tuinders kunnen de heffingen op brandstofgebruik niet doorberekenen aan afnemers, terwijl loonwerkers en toeleverende bedrijven heffingen namelijk wel in rekening brengen bij boeren en tuinders. Waar boeren en tuinders meer betalen aan heffingen zal het leiden tot minder duurzame investeringen in fossielvrije mechanisatie.


Beschikbaarheid techniek
In de impactanalyse van WECr zijn verschillende maatregelen genoemd om het brandstofverbruik te verminderen, en daardoor de hoogte van de brandstofheffingen te beïnvloeden. De genoemde technisch-economisch haalbare maatregelen leveren enkele procenten brandstofreductie op. Fundamentele maatregelen zoals vergaande elektrificatie en duurzame brandstoffen zijn ondenkbaar. De aanschafprijs van machines op fossielvrije brandstoffen (vooral elektrisch en waterstof aangedreven) is twee keer zo hoog als een dieselvariant. Agrarische ondernemers hebben onvoldoende middelen om deze aanschaf te doen. Mogelijk dat enkele agrarische loonwerkbedrijven die op een specifieke aanbesteding inschrijven een dergelijke machine zullen kopen. Er rijden in Nederland enkele trekkers hybride rond, veelal een combinatie van diesel met biogas of waterstof.


In Nederland worden ongeveer 2.500 trekkers per jaar verkocht op een Europees totaal van ruim 200.000 trekkers. Er zijn verschillende machines ontwikkeld die rijden op fossielvrije brandstoffen, elektrische en waterstof aangedreven trekkers maar ook voertuigen op biogas/biomethanol en verschillende oliën. Machines op fossielvrije brandstoffen worden (nog) niet in serie geproduceerd en de kostprijs van deze net marktrijpe systemen minimaal twee keer zo duur als dieselvarianten. Onbetaalbaar voor gebruikers.
Naast onbetaalbare alternatieven is eenduidig beleid internationaal nodig. Enerzijds om ketens te bouwen die met een hoge leveringszekerheid fossielvrije brandstoffen leveren. Aan de andere kant levert internationaal beleid een grotere marktvraag waardoor fabrikanten serieproductie mogelijk kunnen maken.
Het inrichten van een beprijzend instrument met enkele mitigatie maatregelen en minimaal effect omdat fossielvrije machines niet in beeld zijn zorgen voor een verdere achteruitgang van het verdienvermogen van boeren en tuinders. En alle risico’s wat betreft veiligheid als ondernemers bestaande machines gaan ombouwen om te rijden op gas of andere brandstoffen.
Met als effect altijd een stijging van de kostprijs van voedsel keten breed.


Toekomst
Wat Cumela, BO Akkerbouw, LTO Nederland, Fedecom en KAVB betreft is langdurig en stabiel beleid noodzakelijk en dus roepen zij de ministeries van EZK en LNV op om zich in Europees verband in te zetten voor alternatieve en duurzame brandstoffen zoals biomethanol, biogas, HVO en waterstof. Een gerichte investeringsregeling voor aanschaf van nieuwe en tweedehands elektrische trekkers is noodzakelijk Daarbij een energiesysteem, waarin leveringszekerheid van duurzame energie en andere niet fossiele brandstoffen in het buitengebied gewaarborgd is. De keuze voor het toestaan van deze alternatieve (niet fossiele) brandstoffen moet gepaard gaan met een gerichte investeringsregeling die de inkoopprijs van nieuwe en gebruikte fossielvrije mechanisatie kan verlagen en de aanschaf daarvan dus kan stimuleren. De inkoopprijs van dergelijke machines zal namelijk fors hoger zijn dan de huidige dieselvarianten. Daarnaast is een specifiek onderzoek- en innovatiefonds noodzakelijk om te onderzoeken welke brandstoffen bruikbaar zijn voor machines die (nog) niet kunnen werken met fossielvrije brandstoffen (voornamelijk elektriciteit). Een derde lijn, een innovatiefonds, draagt eveneens bij aan het reduceren van brandstof verbruik door (verdere) robotisering en automatisering.